Handelingen

Voor de mensen

Uit Veganisme Wiki

Voedsel voor steeds meer mensen

Hoe meer mensen er op de wereld zijn, hoe meer voedsel er nodig is om deze mensen te voeden. Zolang het aantal mensen op deze wereld blijft toenemen, zal de vraag naar voedsel stijgen. Dat voedsel moet ergens vandaan komen en is uiteindelijk te herleiden tot fysieke ruimte (meestal landbouwgrond, maar ook de oceaan). Het produceren van vlees en zuivel is heel inefficiënt. Vlees en zuivelproducten bevatten uiteindelijk slechts 2,6 procent van de biomassa van het voer waarmee het geproduceerd is. De resterende 97,4 procent is verloren gegaan. [1] Dit betekent dus ook dat er voor de productie van dierlijke producten vele malen meer landbouwgrond nodig is dan voor de productie van plantaardige voedingsmiddelen.

Voor de voedselvoorziening een veganist is gemiddeld 675 vierkante meter landbouwgrond nodig. Voor de voedselvoorziening van een vegetariër is drie keer zoveel grond nodig (2025 vierkante meter) en voor een omnivoor is ongeveer achttien keer zoveel grond nodig dan voor een veganist, dat is 12150 vierkante meter oftewel 1,215 hectare.[2]

Een kwart van alle gewassen die wereldwijd verbouwd worden verdwijnt direct in de maag van dieren. Dit komt neer op de helft van alle plantaardige proteinen en meer dan een derde van alle geproduceerde calorieën. Met als gevolg hogere internationale voedselprijzen en nadelige gevolgen voor de armste mensen, die de neiging hebben om weinig dierlijke producten en veel granen te eten.

Minder veeteelt, minder voedselverspilling


In 2008 bedroeg het veevolume het zevenvoudige van de wereldbevolking.

Citaat:

Humans comprise about 100 million tonnes of the Earth's dry biomass, domesticated animals about 700 million tonnes


De aanslag op landbouwgrond voor voedsel wordt door de inzet van vee dus vergroot met een factor 8.


Maar we gooien toch ook veel voedsel onnodig weg?

Met het niet weggooien van voedsel is hoogstens ongeveer 10 procent winst te behalen. De vraag is bovendien hoeveel van die 10 procent echt vermijdbaar is. Door de afschaffing van veeteelt kun je ruim 80% winst behalen. Met de afschaffing van veeteelt bereik je dus véél meer dan met het tegengaan van het weggooien van voedsel.

Antibioticaresistentie

Alle mensen dragen bacteriën (of: micro-organismen) bij zich. De meeste zijn nuttig voor ons, ze helpen bijvoorbeeld om ons voedsel te verteren. Van sommige bacteriën kunnen we echter ziek worden. Voorbeelden van bacteriële infecties zijn longontsteking, blaasontsteking en seksueel overdraagbare aandoeningen. Antibiotica zijn middelen die gebruikt worden bij het bestrijden van infecties (ontstekingen) met bacteriën. Ze helpen het lichaam om te genezen van een bacteriële infectie doordat het bacteriën doodt of hun groei afremt. Een belangrijk nadeel van antibiotica is dat bacteriën er ongevoelig (of resistent) voor kunnen worden. Een bacterie die resistent is tegen een bepaald antibioticum zal er niet door gedood worden. Door overmatig of verkeerd gebruik van antibiotica ontstaan steeds weer bacteriën die tegen één of meerdere antibiotica resistent zijn. Deze bacteriën planten zich voort en vormen zo een gevaar voor de volksgezondheid. Bekende voorbeelden zijn ‘ziekenhuisbacteriën’ zoals de MRSA-bacterie en EHEC bacteriën.

Ook dierenartsen schrijven antibiotica voor, met name voor veehouderijen. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld wordt 80% van alle antibiotica aan dieren gegeven. Ook in Nederland ligt dit percentage hoog. De meeste van deze antibiotica wordt niet aan zieke dieren gegeven, maar aan dieren die gezond zijn. Het is gebruikelijk om antibiotica te mengen met veevoer voor het voorkomen van ziektes en het bevorderen van de groei. Het gebruik van antibiotica bij dieren speelt een grote rol bij het ontstaan van antibiotica-resistente micro-organismen. Antibioticaresistentie is het hoogst bij dieren die voor de vleesproductie worden gehouden. Het hoogste niveau van resistentie doet zich voor bij vleeskuikens. Een van de bacteriën die deze resistentie hebben ontwikkeld, is de algemene darmbacterie E. coli. Escherichia coli mag dan wel een "goedaardige" darmbacterie zijn, maar als deze bacteriën op de verkeerde plaatsen in het lichaam komen kunnen ze wel degelijk een groot gevaar opleveren.

Sinds 2006 is het in de EU verboden om antibiotica gebruiken voor de bevordering van groei bij dieren. De Nederlandse overheid zet ook in op beperkt gebruik van antibiotica, maar het huidige gebruik in de veehouderij is nog groot. Het antibioticagebruik in de veehouderij brengt zowel een direct als een indirect risico voor de volksgezondheid met zich mee. Een direct risico is resistentie van bacteriën die via voedsel, direct contact of het milieu overdraagbaar zijn naar de consument en waarvan deze ziek kan worden. Antibioticaresistentie is problematisch omdat er een risico bestaat dat een infectieziekte niet meer met antibiotica te behandelen is.[3]

Bronnen

  1. Bajželj et al. Importance of food-demand management for climate mitigation (2014)
  2. Cowspiracy - The Facts. Bekeken op 14 november 2015
  3. Compendium voor de Leefomgeving - Antibioticagebruik in de veehouderij Bekeken op 21 november 2015